VERTROUWELIJK: de ‘reactie’ van Filip Joos

joosHet ‘antwoord’ van een non-comminicator

Hoeveel woorden heeft men nodig om Filip Joos inhoudelijk te laten reageren? Het antwoord is helaas geen. Of toch een zo beperkt mogelijk aantal. Hoe sloganesker de kritiek, hoe meer kans dat Joos er wel op in wil gaan. Als bewijs van het tegendeel om zijn immuniteit voor kritiek te kunnen pareren bijvoorbeeld. Hoe gemakkelijker een stelling valt af te breken, hoe meer kans dat Joos deze keer wel inhoudelijk zal reageren. En dan nog op een voorbereid televisiemomentje in een studio. Of om het met zijn eigen woorden te zeggen: “Chapeau!”

Zo kon ondergetekende toch zelf ondervinden in de nasleep van vorig artikel over de inconsequentie en partijdigheid van de man. Een privébericht op zijn facebook is (begrijpelijk) nooit aangekomen, maar via een omweg is de auteur van het artikel dan toch aan het professionele mailadres van de Filip geraakt. Omdat een hoop frustraties aan het artikel waren voorafgegaan was de begeleidende mail meteen ook voorzien van wat opgehoopte kritiek en enkele simpele maar veelzeggende vragen. Niet allen gericht aan Joos zelf, maar ook kritiek op de laatavond-koffieklets van Extratime dat zichzelf een voetbaltalkshow noemt. Om dan uiteindelijk over te kunnen gaan naar een uitnodiging om op mijn column in te gaan, waarnaar ik verwijs als: “het laatste feit dat ik u (en dit keer wel persoonlijk) kwalijk neem.” Dat dit de voornaamste reden voor het schrijven was, werd op het einde van de mail nog eens duidelijk gemaakt: “Bij deze nodig ik u dus van harte uit om zeker het artikel eens te lezen (gerichte kritiek die andere mensen ook kunnen meelezen) en ik zou het op prijs stellen moest u daar een antwoord op willen geven. Eerdere stellingen uit deze mail beantwoorden ware sympathiek, maar ik kan er inkomen dat u ook nog andere zaken hebt te doen.” (bron: mail)

Dat de man geantwoord heeft verdient op zich misschien een beetje respect. Of toch in elk geval genoeg voor een bescheiden excuus en een kleine rechtzetting. In vorig artikel werd namelijk geïnsinueerd dat hij misschien niet eens had willen antwoorden en dat was dus verkeerd. Of toch gedeeltelijk verkeerd. Het antwoord was namelijk even kort als inhoudsloos. Inhoudelijke argumenten werden enkel vaag aangehaald om te trachten ondersteunen dat vooral mijn eigen schrijven te weinig inhoudelijkheid te bieden had. Bovendien leken zijn argumenten enkel op de mail zelf in te gaan, wat nochtans niet werd gevraagd. Wat wel werd gevraagd, was de goede man uiteraard weer eens vergeten. Het enige wat hij over het artikel kwijt wou was dat hij me veel succes wilde wensen met de site waarop het was gepubliceerd (Bij deze trouwens ook van harte bedankt Filip!). Met daaraan verbonden een kleine, doch opmerkelijke wens: “En gelieve deze reactie daar niet op te plaatsen, die is persoonlijk aan u gericht.” (bron: antwoord)

Een antwoord dat schreeuwde om een wederwoord dus, al was dat wellicht niet meteen de bedoeling. Een wederwoord waarin in de eerste plaats werd aangegeven dat het initieel de bedoeling was geweest om op het artikel zelf te reageren en dan ook liefst met een inhoudelijk antwoord. Om dat laatste aan te moedigen, kwam ik ook nog eens terug op de kritiek die hij op vorige mail had: “Het grootste deel beslaat een pak onbeantwoorde vragen die u onderbouwd had kunnen beantwoorden. En dat ik te weinig informatie bezit om u de juiste vragen te kunnen stellen is iets wat u mij onmogelijk kwalijk kunt nemen omdat ik nu eenmaal over minder middelen beschik dan u om aan dezelfde informatie te kunnen geraken (Ik word er om te beginnen al niet eens voor betaald). Gedeeltelijk daarom stel ik trouwens ook die vragen, om zelf ook bij te kunnen leren. Het is het besef zelf te weinig te weten over bepaalde zaken en de durf om vragen te durven stellen, dat mensen slimmer maakt mijn beste. Niet de pretentie om zelf de alwetendheid uit te willen stralen, onder meer door inhoudelijke (pogingen tot) tegenargumentatie enkel wegens een potentieel ‘gebrek aan juistheid’ al op voorhand te negeren…”

Naast het uitgebreid tegenargumenteren van Filips non-argumenten, werd ten slotte ook ingegaan op zijn eigen vraag: “Wat betreft het niet publiceren van dit antwoord zie ik daar eerlijk gezegd niet meteen de journalistieke waarde van in. Een belangrijk deel van mijn column betreft namelijk uw non-communicatieve ingesteldheid en de immuniteit die u lijkt uit te stralen voor kritiek. Iets wat in mijn ogen nog wordt bevestigd met de vraag om dit niet te publiceren. Bovendien vind ik niet dat dit een persoonlijk schrijven naar mij toe betreft. Mensen die hun schrijven persoonlijk naar mij richten, nemen op zijn minst mijn naam op  in de aanspreking. (…) Anderzijds respecteer ik wel nog het feit dat u geantwoord heeft. Dat feit op zich is trouwens zelfs een (weliswaar heel lichte) vorm van bewijs van tegendeel. Het feit dat u al geantwoord hebt op zich dus. Dat niet vermelden in het artikel zou van mijn kant uit onvolledig zijn. U zult dit als journalist wel kunnen onderschrijven. Uit laatste poging tot respectvolle omgang wil ik u wel nog de keuze laten. Of ik publiceer uw antwoord of ik publiceer een eigen verwoording waarin ik aangeef dat u weliswaar hebt geantwoord, maar er niet inhoudelijk op wenst in te gaan.” (bron: mail)

Blijkbaar was het enkel nog die laatste paragraaf (dan nog de post scriptum van mijn mail) dat Filip vanaf dan nog bezighield. Blijkbaar werd er een zwakke snaar geraakt op het moment dat een bepaalde vorm van open debat tot de mogelijkheden behoorde. Het antwoord (bron: antwoord) bleef dan ook beperkt tot: “Dus u slaagt er zelfs niet in een persoonlijke reactie als dusdanig te behandelen… Chapeau, echt…” Alweer zonder persoonlijke aanspreking overigens. Die laatste paragraaf had hij dus blijkbaar ook niet goed gelezen. Alleen was dat voor mij niet genoeg om hem er het laatste woord ook mee te gunnen. Want de reactie was noch beargumenteerd, noch inhoudelijk en vooral nog meer dan vorig antwoord een bewijs van een non-communicatieve ingesteldheid. Iets wat ik hem toch nog eens duidelijk wilde maken: “Dat is toch even hard op u van toepassing? (…) Bestaat er trouwens überhaupt een communicatiemethode die u in staat stelt om ook daadwerkelijk (inhoudelijk) te antwoorden op (persoonlijke) reacties?” (bron: mail) Dat dat overigens lang geen slechte vraag was, bewees Joos zelf nog in een interview met Veto enkele jaren terug. Daarin gaf hij mee op haatmails geen antwoord meer te sturen, maar “op een goed gefundeerde, kritische mail dan weer wel.”

Joos zou echter Joos niet zijn moest hij het laatste woord niet opeisen. En wel door voor de eerste keer ook inhoudelijk te reageren. Tenminste, op een detail van het artikel dat ook al vermeld stond in een mail. Joos is namelijk wel degelijk eenvoudig te bereiken want: “zowat elke gek slaagt erin mijn mailadres te achterhalen” (waarmee hij me overigens onbedoeld in de klasse der niet-gekken catalogiseerde). Andere inhoudelijkheden laat Joos blijkbaar liever achterwege door nog maar eens te benadrukken dat ik voor hem geen inhoud raak. Zelfs het argument uit één van vorige mails dat onwetendheid maar kan worden opgelost door vragen te durven stellen, werd stelselmatig door Joos genegeerd. Niet weten denken wat hij niet weet denkt staat dus voor hem gelijk aan niet valabel genoeg zijn om met hem de communicatie aan te mogen gaan. (bron: mail)

Het is niet dat Joos geen punt heeft in zijn antwoorden, hij maakt gewoon een eigen punt dat los staat van de kwestie. In plaats van te antwoorden op de vraag begint hij een eigen vragenreeks. In technische termen kan hiernaar verwezen worden als non-communicatie. Het is wat een ‘modern’ politicus onderscheidt van het gewone gepeupel, het is wat een ouderwetse journalist onderscheidt van de hedendaagse burger. De claim dat men zich autoritair bovenaan de waarheidspiramide bevindt. En dat mensen van buiten het kleine kringetje aan gelijkgezinden het niet waard zijn om mee om te gaan.

Dat de man arrogant en betweterig is kan ik hem moeilijk kwalijk nemen. De ingesteldheid waarmee ik hem zelf de mails gestuurd heb moet daarvoor niet onderdoen. Maar wat dan nog? Elke Hollander is arrogant, maar niet elke Hollander hangt ons de keel uit. Het gaat er om het juiste evenwicht te vinden. Tussen het hebben en het willen verkondigen van een uitgesproken eigen mening en de bereidwilligheid om die mening ook door anderen te laten bekritiseren. Een scherpe mening hebben is niet moeilijk. Iedereen heeft die wel eens wanneer de stress te groot is. De kunst bestaat hem er net in om ondanks een scherpe mening ook met andere mensen te kunnen blijven samenleven. Door hen de kans te laten om met je in debat te treden bijvoorbeeld. En als je die openheid niet aankan, hou je je mening best voortaan wijselijk voor jezelf.

Met nog eens in de laatste mail het excuus dat het zijn verantwoordelijkheid niet kan zijn om zichzelf kenbaar te maken, heeft Joos dat duidelijk nog niet begrepen. Als hij zijn verantwoordelijkheid niet opneemt als publieke figuur dan doen wij dat wel voor hem. Bij deze dus meteen een oproep aan alle ‘gekken’ en ander gespuis die zijn mailadres nog niet hadden: Filip Joos die kan je contacteren op filip.joos@vrt.be.  

 

Update: Bij deze gunnen wij Filip alvast het laatste woord, échte inhoud komt er toch niet. Voor de liefhebbers, onze cinematische verwijzing naar Jelle Vossen.

Volg Slijttijd.be en help mee Filip Joos’ mailbox vol te spammen met kritische bemerkingen. Zolang hij in naam van koning voetbal zijn persoonlijke waarheid blijft oreren is daar niets verkeerds mee!

  • Bart Katrien de Meersman

    awel janet van anderllecht brugge verdient niet van te winnen tegen zulte mieschien moet jjij is bijgewerkt worden he vuil janet van anderlecht maar ga men handen aan jou niet vuil maken hoor homo dat je bent